Holle Bolle Gijs, de bekende afvalbak die smeekt om gevoed te worden kennen we allemaal. Ook z'n bekende tekst "Papier hier!" is heel bekend. Inmiddels zijn er 12 Holle Bolle Gijzen in de Efteling. Hier zijn ze allemaal:

 

 

Speeltuin Gijs

bij In den Hoorn des Overvloedts op het Anton Pieckplein

1959

 

 

 

 

Geeuwende Gijs

bij de Gelaarsde Kat tegenover het Carrouselpaleis

1969

 

 

Wagen Gijs

bij voormalig verkooppuntje Kogeloog op het Zes Dienarenplein in het Sprookjesbos

1967

 

 

 

 

Boekanier Gijs

bij de voormalige Noordpool in het Sprookjesbos

1973

 

 

 

 

Opa Gijs

bij de Kleyne Klaroen op het Herautenplein in het Sprookjesbos

1970

(Ook na z'n dood blijft hij eten) 

 

 

 

Tweeling+Moeder Gijs

bij de Smulpaap op het Anton Pieckplein

1971

 

 

 

 

Inca Gijs

bij Casa Caracol op het Pirañaplein

1983

 

 

 

Matroos Gijs

bij de Witte Walvis op het Spookslotplein

1980

 

 

 

Tiroler Gijs

bij de Steenbok bij de uitgang van de Bobslee

1988

 

 

 

Nijlpaard Gijs

bij het Korfje in de Kleuterhof

2002

(Ook wel bekend als "Nijltje in het teiltje")

 

Baby Gijsje

bij de nostalgische speeltuin Kindervreugd in het Marerijk

1969

Verwdwenen in 2000

Teruggekeerd in 2007

 

Station Gijs

als animatronic in de stationsscène van de stoomtrein

1999

 

 

 

 

 


 

 

Holle Bolle Gijs:

Eerste Gijs: 1958

Ontwerper: Peter Reijnders

Afvalbak

 

 

 

 

 

 

 


 

Verdwenen Gijzen:

 

Visje Gijs

Verschijning: 1970

Verdwijning: 1982

Teruggekeerd: als wensbron, 1985

Dient niet meer als afvalbak

 

 

 


 

Het verhaal van Holle Bolle Gijs:

Er was eens een koning die eens per week met zijn twee ministers vergaderde. De koning vroeg dan : ‘Beste ministers, wat zijn de problemen deze week?’ Nu waren er best problemen. De timmerlieden waren erg aan het mopperen. Er viel nog maar weinig te timmeren. De mensen hadden genoeg kasten en stoelen en tafels. Ook waren de vissers boos. Hun boten waren oud en lek. En overal in de straten van het koninkrijk lag veel te veel troep. De mensen struikelden over het oud papier. ‘Laten we er voor zorgen dat de timmerlieden geen meubels meer maken, maar boten’, sprak een minister. ‘Wat een goed idee,’ zei de koning, ‘dan hoeven we alleen het probleem van rondslingerend papier nog maar op te lossen.’

 

De week daarna stelde de koning dezelfde vraag. ‘Beste ministers, wat zijn de problemen deze week?’ Net op dat moment kwam de kok binnen. ‘Majesteit, het gaat nu echt fout in de keuken! Mijn keukenhulp Holle Bolle Gijs is de afgelopen week steeds meer gaan eten! Hij schrokt en schranst en kan er niet meer mee ophouden. Hij eet gewoon álles op. Het spijt me, maar uw lunch is weg.’ De koning richtte zich tot zijn ministers: ‘Jullie horen het. Dat met die Holle Bolle Gijs is echt een serieus probleem aan het worden.’ ‘Majesteit,’ sprak de tweede minister, ‘even buiten de stad woont een oude magiër. Hij brouwt allerlei vreemde drankjes tegen rare kwaaltjes. Misschien heeft hij wel een middeltje tegen de honger van Holle Bolle Gijs.’ ‘Vragen staat vrij,’ zei de koning, ‘want ik wil niet nog een keer dat mijn lunch in gevaar komt. En het probleem van al dat papier op straat, daar hebben we het volgende week wel even over.’

 

 

Diezelfde dag nog brachten de twee ministers een bezoek aan de oude magiër. Deze brouwde een drankje dat zo stonk dat alle eetlust je zou vergaan. ‘Dit moet gaan werken,’ zeiden de ministers, ‘dank u wel, magiër, we gaan het snel uitproberen.’ Snel gingen ze op weg naar die Holle Bolle Gijs. ‘Gijs, jongen,’ zei de ene minister, ‘ik weet dat je van je enorme eetlust af wilt komen. De magiër heeft een drankje gebrouwen dat er hopelijk voor zorgt dat je minder snel honger krijgt.’ ‘Dat zou fijn zijn,’ zei Holle Bolle Gijs, ‘want de kok heeft me net ontslagen en de keuken uitgejaagd.’ ‘Waarom?’ vroeg de andere minister. ‘Omdat ik per ongeluk nu ook het avondeten van de koning heb opgegeten. Ik kan gewoon niet stoppen. ’s Nachts kan ik zelfs niet slapen van de honger. Ik hoop maar dat dit drankje werkt. Want ik heb slaap en honger tegelijk.’ Snel nam Holle Bolle Gijs een slok van het drankje. Gespannen wachten ze af…zou het werken? ‘Ik heb nog steeds honger,’ zei Gijs, ‘ik heb zo’n trek in…. in…. in…papier!’

 

De volgende ochtend stonden de ministers samen met Holle Bolle Gijs voor de koning ‘We hebben goed nieuws majesteit. We slaan weer twee vliegen in één klap. Dankzij het drankje van de magiër is Holle Bolle Gijs nu dol op papier. Daarmee kan hij de straten keurig schoonhouden.’ ‘Geweldig’, zei de koning. ‘Ik benoem je tot Hof Papierverslinder, Gijs.’ ‘Dank u wel, majesteit’, zei Gijs. ‘En,’ zeiden de ministers, ‘je krijgt een eigen Holle Bolle Wagen, waarmee je langs de deuren kunt om oud papier op te halen. ‘Papier hier! Papier hier!’, riep Gijs. En weg was hij. Vanaf die dag reed Holle Bolle Gijs met zijn wagen door heel het land. Je kon precies zien waar hij was geweest, want daar was alles keurig schoon. Hij had nooit meer honger, en ’s nachts sliep hij als een roosje.